Jan en Aafke fietsend door Canada

Saint John, 22 augustus 2008

Saint John, de havenstad aan de Fundy-baai. Morgen stappen we op de veerboot voor een overtocht van drie uur naar Digby op Nova Scotia, de laatste provincie die we aandoen (we laten er toch nog een paar liggen!)

In een week zijn we door New Brunswick gefietst. En de verhalen dat het vlak zou zijn, kunnen we logenstraffen; we fietsten de "River Valley Scenic Drive". Dat was niet de geplande route dus behoorlijk improviseren voor de overnachtingen en de bevoorrading. Deze route loopt langs de St. John Rivier en dan denk je al gauw dat het in een rivierdal vlak is. Nou, verre van dat: korte, heftige klimmetjes volgen elkaar in hoog tempo op. En dorpjes die niets voorstellen (ook al stonden er in één wel vier kerken). Het gebeurde ons deze week zelfs dat we geen winkel tegenkwamen om inkopen te doen. Op de camping waren alleen hotdog-broodjes en worstjes te koop. Het avondeten bestond dus uit een wedstrijdje wie de meeste hotdogs op kon eten. Verder genieten we van het mooie landschap en het mooie weer; elke dag boven 25° en heerlijk in de zon. De heldere nachten zorgen soms voor koude voeten (van Aafke - de slaapzak van Jan is bestand tegen Siberische omstandigheden). In Saint-Léonard troffen we een kunsthappening aan vlakbij de grenspost met de USA. We zagen mooie beeldende kunst en schilderijen, maar hebben helaas geen ruimte om iets mee te nemen. Al hebben we de Niagara watervallen niet bezocht; de waterval van Grand Falls/Grand-Sault mag er ook zijn!

Door de wat kortere afstanden die we fietsen, hebben we ook soms tijd voor een boswandeling, zoals de Muniac-trail.
De weg is erg rustig. Ook hier vooral in het weekend mensen die een dagje deze route rijden. Fietsers hebben we na de trail tot Edmundston niet meer gezien; tot vandaag. Vlak voor Saint John kwam een mountainbiker ons tegemoet rijden. Hij was gewaarschuwd door zijn moeder, die ons had zien rijden. Hij nodigde ons uit om bij hem thuis onder het genot van een biertje wat verhalen uit te wisselen. Het biertje hebben we afgeslagen, maar we zijn met hem naar zijn huis gereden, waar zijn vader ook was. Beiden hadden een aantal maanden in het mountainbike-circuit in Canada rondgetourd; zoon op de fiets en pa als begeleider. De zoon reed aardig mee in Noord-Amerika, maar kwam niet in het Europese prof-wielercircus. Hij wilde nu van coast tot coast met de motor doen. Na een uurtje zijn wij weer verder gegaan.

Opvallend is het vele grasmaaien dat de Canadezen bijna dagelijks doen. Dat heeft te maken met de bestrijding van de langpootmuggen, maar ook tekenend voor een ongekend natte zomer. Iedereen vraagt ons naar onze ervaringen in de regen. Die hebben we ook wel gehad (vooral in Québec), maar toch niet in die mate als iedereen zich voorstelt.

Elke stad of dorp stelt zich in de toeristenfolder voor als dé topattractie, die je gezien moét hebben. Zo kent de hoofdstad - naar Engels voorbeeld - het wisselen van de wacht (bij het stadhuis). Welnu, dat gebeurt kennelijk altijd, want er staan geen tijden in de folder. Behalve toen wij daar waren; toen dus net even niet. Dat overkomt ons ook vaak met een motel annex restaurant. Het motel is er wel, maar het restaurant is net vandaag niet geopend! Dus dan zetten wij ons eenpitsgasstel buiten bereik van de brandmelder aan (buiten of in de wc) en daarop koken we ons eenpansgerecht!

In Florenceville reden we langs het hoofdkantoor van McCain, een wereldleider op het gebied van aardappelprodukten en het volgende dorp, Hartland, steekt Florenceville de loef af met een nog langere overdekte brug over de St. John Rivier. Verder was er van het zogenaamde kunstenaarsdorp Gagetown niet veel van kunstzinnige uitingen te merken, maar timmerde de ciderfabriek wel opvallend aan de weg. En de fruittelers met "U-pick" (je mag zelf plukken).

Morgen dus een aantal uren bootje varen en dan de laatste 400 km naar Halifax.

Groet van Aafke en Jan

FOTO'S:

10 november: Nieuws bijgewerkt - 18 september: Foto's toegevoegd - 24 augustus: Route bijgewerkt